G-Atletiek.nl |
|
Reglementen VB atletiek in Nederland. Op deze pagina, vindt u de officiële reglementen voor VB atletiek in Nederland. Voor het indoorseizoen 2006/2007 en het outdoorseizoen 2007 in geboortejaren uitgedrukt. Richtlijnen wedstrijdreglement breedtesport VB wedstrijden in Nederland. Categorieën Binnen de breedtesport wordt tijdens een wedstrijd een scheiding gemaakt in sekse en leeftijd. Om een wedstrijd element te creëren is er gekozen voor de verdeling van 4 categorieën bij zowel de mannen als de vrouwen.
(Peildatum is 31 december van het lopende kalenderjaar) Pupillen De pupillen doen de volgende onderdelen.
De junioren CD doen de volgende onderdelen.
De junioren AB doen de volgende onderdelen.
De senioren doen de volgende onderdelen.
Het is mogelijk dat er in de dezelfde categorie, door het leeftijdverschil, met verschillende juiste wedstrijdgewichten wordt gewerkt. De verste stoot met het juiste wedstrijdgewicht is de winnende stoot. Voorbeeld Meisjes junioren 1; Sandra is D junior en stoot met een Meerkamp De meerkamp is in principe vrij, organisaties kunnen zelf voor een meerkampvorm kiezen. Bijvoorbeeld: een sprint-, spring en loopnummer. De Atletiekunie kent wel twee officiële meerkampvormen, deze zijn internationaal vast gelegd. Jongens/Heren: Verspringen, speerwerpen, Meisjes/Dames: Verspringen, speerwerpen, Wedstrijden VB Breedtesport De Atletiekunie raad organiserende verenigingen van een VB breedtesport wedstrijd het volgende aan;
Deelname Voor een ieder waarvan aannemelijk is dat hij/zij een verstandelijke beperking heeft. Met uitzondering van de atleten uit de nationale selectie, tenzij zij schriftelijk toestemming hebben van de Bondscoach. Organisatie De organisatie stelt in overleg met de Atletiekunie het programma samen en een limiet van een maximum aantal nummers per atleet. Het wedstrijdreglement VB breedtesport wordt tijdens het Nationaal Evenement gehanteerd. Inschrijving Trainers dienen bij de inschrijving aan te geven met welke gewichten de atleten stoten en of de atleet vanaf de balk of vanuit het afzetvlak gaat verspringen Trainers dienen met de inschrijving van de atleten ook prestatie te vermelden van deze atleten. Atleten worden op basis van deze gegevens ingedeeld in de juiste serie/groep van minimaal 3 maximaal 8 atleten. Het streven is dat er tussen de atleten die geplaatst zijn in dezelfde serie/groep er een zo klein mogelijk verschil zit. Mocht een atleet tijdens de wedstrijd 15% beter presteren dan zijn op gegeven prestatie dan wordt deze atleet onderaan de uitslagenlijst geplaatst. Bij het balwerpen geldt een maximum van een 20% verbetering. Coaches, trainers. Begeleiders kunnen de opgegeven prestaties tot een week van te voren wijzigen. Groepsindeling
Prijzen Per serie/groep zijn er medailles voor de nummers 1, 2 en 3. Voor alle deelnemers is er een herinnering. Verenigingen kunnen bij de Atletiekunie kenbaar maken dat zij de organisatie van het Nationaal Evenement op zich willen nemen. Het evenement vindt 1 keer per 2 jaar plaats. De voorkeur gaat uit naar het eerste weekend van juni. Reglementen ONK baan en meerkamp 2008.
Programma
DAG 1, aanvang niet voor 11.00
DAG 2, aanvang niet voor 11.00
De uitslag wordt bepaald door de tijd / prestatie om te rekenen in punten. (IPC point score system)
Inschrijving
In verband met de screening dient de inschrijving 3 weken voor de datum van het NK gesloten te worden. Bij de inschrijving dient een prestatie te worden opgegeven, die is behaald tussen 1 april van het jaar voorafgaand aan het NK en de sluitingsdatum van de inschrijving.
Richtprestaties / screening
Na de sluitingsdatum zullen de inschrijvingen worden gescreend door de technisch gedelegeerde(n), vertegenwoordigers van de lokale organisatie en eventueel een vertegenwoordiger van de Afdeling Topevenementen, om:
Doorgaan onderdeel
Op het tijdstip van sluiting van de inschrijving:
Een onderdeel vindt slechts doorgang als minimaal 3 startgerechtigde atleten daarvoor officieel hebben ingeschreven. Bij minder dan 3 ingeschreven atleten kunnen de inschrijvingen van verschillende klassen worden samengevoegd. Als er dan nog steeds minder dan 3 ingeschreven atleten zijn, wordt het betreffende onderdeel geschrapt als onderdeel van het kampioenschap. Alle betrokkenen worden hiervan tijdig schriftelijk in kennis gesteld.
Op de wedstrijddag:
Een onderdeel vindt slechts doorgang wanneer zich bij het verstrijken van de 1e meldingstijd, in de callroom en bij de start minimaal 3 atleten voor dit onderdeel hebben aangemeld en van start zijn gegaan. Indien er zich op een onderdeel geen 3 deelnemers hebben gemeld, kan de technisch gedelegeerde bepalen om klassen samen te voegen.
Overgangsregels looponderdelen
§ De 6 cq. 8 tijdsnelsten gaan over naar de finale.
Bijzondere aandachtspunten
§ De deelname aan het NK staat open voor atleten met een lichamelijke en/of een verstandelijke beperking;
§ Atleten met een lichamelijke beperking moeten een classificatiekeuring hebben ondergaan waarin de klasse is vastgesteld waarin zij mogen uitkomen;
§ Voor atleten met een verstandelijke beperking is vooraf geen bewijs van classificatie nodig. Echter Nederlandse titels worden pas formeel toegekend op het moment dat een bewijs van classificatie in klasse 20 kan worden overlegd;
§ Atleten mogen aan maximaal 5 onderdelen deelnemen;
§ Het kampioenschap wordt door de Afdeling Topevenementen voor buitenlandse deelnemers opengesteld.
§ Gezien het open karakter van dit kampioenschap verdient het de aanbeveling om naast de prijsuitreiking voor de eerste drie Nederlanders ook de eerste drie van het onderdeel te huldigen.
Regelgeving Special Olympics Nederland. Atletiek De Officiële Special Olympics sportreglementen zijn geldig voor alle Special Olympics atletiekwedstrijden. Special Olympics heeft deze reglementen gebaseerd op de reglementen van de International Association of Athletics Federations (IAAF). De IAAF regels gelden voor internationale evenementen. Bij wedstrijden op regionaal en nationaal niveau mogen de eigen nationale reglementen worden toegepast, tenzij deze in strijd zijn met de Special Olympics reglementen. In dat geval zijn de Officiële Special Olympics sportreglementen van kracht. Een atleet met het syndroom van Down bij wie sprake is van ‘Atlanto-axiale instabiliteit’ mag niet deelnemen aan de vijfkamp en aan hoogspringen.
A Officiële onderdelen. De loopnummers: De springnummers: hoogspringen en verspringen. Het Werpen: kogelstoten 4 kg (heren), 3 kg jongens 8 t/m 11 jaar en dames, 2 kg meisjes 8 t/m 11 jaar. De meerkamp: de meerkamp bestaat uit de volgende onderdelen Snelwandelen: 400 en 800 meter. Wandelen: 1.500 meter, 3.000 meter, 5.000 meter en 10.000 meter. Rolstoelnummers De volgende onderdelen zijn met name zinvol voor sporters met een lager vaardigheidsniveau: softbal werpen, verspringen uit stand
Nederland:
B Wedstrijdreglement
1. Algemene reglementen en aanpassingen voor loopnummers Startblokken: In alle wedstrijden tot en met de Bij wedstrijden van De start van wedstrijden langer dan 400 meter: Start van estafettes a) 4x 100 meter: iedere loper die wacht op zijn binnenkomende teamgenoot (met het estafettestokje) mag niet met hardlopen beginnen buiten het overnamegebied, maar start binnen dat gebied. b) 4x 400 meter: de eerste ronde wordt in zijn geheel binnen de lanen gelopen. De tweede loper start binnen zijn/haar laan en mag deze verlaten na het passeren van de lijn aan het eind van de eerste bocht. In de 4x
Een atleet die twee valse starts heeft veroorzaakt in dezelfde race, wordt voor die race gediskwalificeerd. Laan overtreding: In alle wedstrijden moet binnen de lanen worden gelopen, elke atleet moet binnen de aangewezen laan lopen vanaf de start tot en met de finish. Dit is ook van toepassing op een gedeelte van de race (estafette). Als een atleet door een andere atleet geduwd of gedwongen wordt om buiten zijn/haar laan te lopen en als dit geen wezenlijk voordeel geeft voor deze atleet, dan moet hij/zij niet gediskwalificeerd worden. Als een atleet op het rechte stuk buiten zijn/haar laan loopt, of loopt naast de buitenste lijn van zijn laan in de bocht en dit geen wezenlijk voordeel geeft aan de atleet en hij/zij hindert geen andere atleet hierbij, dan mag de atleet niet gediskwalificeerd worden. Snelwandelen: Een atleet moet te allen tijde met één voet contact houden met de grond. Tijdens alle snelwandelwedstrijden hoeft een atleet zijn vooruit brengende been niet gestrekt te houden. Tijdens snelwandelwedstrijden tot en met de Horden: De hoogte bij de De hoogte bij de
Metingen: Bij het verspringen, verspringen vanuit stand en de werponderdelen (kogelstoten, softbal werpen en tennisbal werpen) krijgt iedere atleet drie niet-opeenvolgende pogingen. Alle drie de pogingen worden opgemeten en genoteerd per poging. De langste afstand van de drie pogingen wordt gebruikt voor de score. Verspringen: Bij het verspringen moet een atleet minimaal Bij springonderdelen mogen de atleten geassisteerd worden door een official om een punt te markeren waarvandaan ze starten. Aanpassing Special Olympics Nederland: Bij het verspringen kan in plaats van een afzet vanaf de balk, ook worden gekozen om gebruik te maken van een afzet vanuit of voor een wit gemarkeerd vlak, waarvan de lengte en breedte respectievelijk 80 en Verspringen vanuit stand: Atleten starten met beide voeten op de grond, achter de gemarkeerde startlijn. Op het moment van de start moeten de tenen van de atleet achter de startlijn zijn. Een atleet gebruikt beide voeten bij de afzet. Hij/zij mag de voeten naar achteren op de hielen rollen en naar voren op de tenen, maar mag geen van beide voeten van de grond tillen. Voor alle sprongen geldt dat de afstand wordt gemeten van de dichtstbijzijnde afdruk van het landingsgebied, gemaakt door welk deel van het lichaam dan ook, tot aan de startlijn. Indien mogelijk wordt met klem aanbevolen om verspringen vanuit stand in een zandspringbak uit te voeren. De startlijn wordt geplaatst op het einde van het hardloopvlak die bij het verspringen wordt gebruikt. Indien er gebruik gemaakt wordt van een mat, dan moet deze lang genoeg zijn voor zowel de afzetbalk als het landingsgebied. De mat moet bovendien veilig vast liggen om het slippen van de mat te voorkomen. Bij springonderdelen mogen de atleten voorafgaand aan de wedstrijd geassisteerd worden door een official om een punt te markeren waarvandaan ze starten. Hoogspringen: De atleet mag bij de sprong met maar één voet afzetten. De minimum aanvangshoogte voor alle hoogspring wedstrijden bedraagt Aanpassing Special Olympics Nederland De minimum aanvangshoogte die door Special Olympics Nederland wordt gehanteerd bedraagt Atleten mogen niet voorover de stok heen duiken en het is ook niet toegestaan om met twee voeten tegelijk af te zetten. Een atleet met het syndroom van Down bij wie sprake is van atlanto-axiale instabiliteit mag niet deelnemen aan de vijfkamp en aan hoogspringen. Voor aanvullende informatie en de procedure hiervan is terug te vinden in artikel I, paragraaf L, lid 7 en sub f van het algemeen Special Olympics reglement. Wanneer er een gelijke stand is bij hoogspringen, ook na het terugtellen van de foute sprongen, krijgen de atleten met de gelijke stand dezelfde plaats in de wedstrijd. Kogelstoten De kogel mag van staal, koper of met een synthetisch stof bedekt zijn. Het is toegestaan om een atleet in een rolstoel in de gewone divisie van kogelstoten deel te laten nemen, maar het gewicht van de kogel moet wel hetzelfde zijn voor alle atleten. Een goede stoot wordt gemaakt binnen de ring. Gedurende de poging mag de atleet, of zijn/haar rolstoel niet de bovenkant van het stopbord raken, de bovenkant van de ijzeren ring of elk vlak buiten de ring. Het is wel toegestaan om de binnenkant van het stopbord of de ijzeren ring te raken. Het gebruik van wat voor mechanische hulp dan ook is verboden. Om blessures te voorkomen mag alleen de pols ingetaped worden. De stoot mag met één hand vanaf de schouder worden gestoten. Als een atleet in de ring de houding aanneemt om zijn stoot te beginnen, moet de kogel contact hebben met de hals of met de kin of zich daar heel dichtbij bevinden. De hand mag niet naar beneden zakken tijdens de stoot. De kogel mag niet vanachter de schouderlijn worden gestoten. De stoot zal fout gegeven worden en niet opgemeten worden nadat hij de ring binnenkomt en start met de stoot en de atleten pleegt iets van het volgende: hij gebruikt een methode welke in strijd is met de regels van kogelstoten; omdat de stoot op of buiten het gemarkeerde landingsgebied valt. Softbal werpen: Dit onderdeel is met name zinvol voor sporters met een lager vaardigheidsniveau. 1) Een 2) Atleten mogen iedere vorm van gooien toepassen. 3) Het gooigebied moet als volgt opgesteld worden: De baan moet gemarkeerd worden met twee witte lijnen van gemarkeerd met witte lijnen van
De vijf onderdelen waaruit de vijfkamp is opgebouwd moeten in de volgende volgorde plaatsvinden: De Special Olympics vijfkamp scoretabellen zijn apart op te vragen bij SON. De vijfkamp wordt uitgevoerd op 1 dag. Echter bij een evenement van twee opeenvolgende dagen kunnen de onderdelen 1, 2 en 3 op de eerste dag plaatsvinden en de onderdelen 4 en 5 op de tweede dag. 4. Algemene regels voor rolstoelonderdelen Atleten die deelnemen aan rolstoelonderdelen mogen ook deelnemen aan andere onderdelen binnen het atletiek toernooi. Rolstoel: Het is acceptabel om een atleet in een rolstoel deel te laten nemen in de reguliere divisie van kogelstoten, maar het gewicht van de kogel moet wel gelijk zijn aan dat van alle andere atleten. Alleen atleten die zich in een rolstoel voortbewegen mogen deelnemen. Atleten mogen niet worden geduwd, getrokken of op enige andere wijze geholpen worden tijdens de race. De lanen voor rolstoelevenementen zijn twee sporen breed. Algemene regels voor sporters met een visuele en auditieve beperking Een touw of een ziende begeleider mag gebruikt worden om de sporter met een visuele beperking te begeleiden. Een ziende begeleider mag op geen enkele manier dan ook, voor de atleet uitlopen. De ziende meelopende begeleider mag nooit aan de sporter trekken of de sporter naar voren duwen. Voor sporters die doof en blind zijn wordt een start middels aantikken gebruikt. Meelopende begeleiders moeten een fel oranje hesje dragen zodat ze duidelijk onderscheiden worden van de atleten. Deze hesjes moeten door de organisatie beschikbaar worden gesteld. |
Foto's |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Copyright 2006 - 2010 G-atletiek.nl | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||